Printemps de l’Histoire / Lente van de geschiedenis – 23-25/05/2016 (Bruxelles/Brussels)

Programme / Programma

Conférence CEGESOMA / Lezing CEGESOMA (16 décembre/16 december 2015) de/van Mathieu Billa – Après l’offensive des Ardennes / Na het Ardennenoffensief

Historicus Mathieu Billa (Bastogne War Museum) onderzocht welke strijd de Belgische geteisterden moesten voeren om hun huizen terug recht te krijgen na het Ardennenoffensief. Op 16 december geeft hij een lezing in het CegeSoma.

Eén op drie leed schade

Na de slag om de Ardennen (winter 1944-1945) lag de gevechtszone in puin. In verscheidene arrondissementen van de provincie Luxemburg was één op de drie personen materieel getroffen. De Staat kon niet onmiddellijk aan alle hulpvragen tegemoetkomen. Een politieke strijd barstte los.

De wederopbouw: wie nam het voortouw?

Onmiddellijk na de slag schoten verschillende instanties de Ardennezen ter hulp: overheidsdiensten, de geallieerde legers, vrijwilligers, het Rode Kruis. In de lente van 1945 stabiliseerde de situatie. Men kon beginnen denken aan échte wederopbouw. Maar hoe, en met welke middelen? Welke rol speelde de Staat? Hoe reageerden de getroffenen?

De politieke strijd

De Staat kon niet tegemoetkomen aan alle vragen. En dat zinde de getroffenen niet. Ze gingen manifesteren en creëerden drukkingsgroepen. Ze genoten de steun van bepaalde politici, waardoor er een echte politieke strijd losbarstte om een totale schadeloosstelling te kunnen bekomen. Uiteindelijk kon pas in 1948, wanneer de economische conjunctuur enigszins hersteld was, de wederopbouw op grote schaal beginnen.

Praktisch
– Woensdag 16 december 2015, van 14:30u tot 16:30u
– Conferentiezaal CegeSoma, Luchtvaartsquare 29, 1070 Brussel
– Gratis inkom, maar gelieve ons van uw komst te verwittigen via karel.strobbe@cegesoma.be of 02/556.92.1102/556.92.11
– Voertaal: Frans

DE ONTMOETING. Erfgoed, onderzoek en Wereldoorlog I (9 december 2015, Brussel) Studiedag

De eerste grote herdenkingsgolf van 100 jaar Eerste Wereldoorlog ligt achter ons. Heel wat erfgoedwerkers kijken vooruit en stellen zich de vraag: wat kunnen we de komende twee jaar nog doen rond de Eerste Wereldoorlog? Welke nieuwe thema’s kunnen we nog aansnijden? En wat na 2018? Deze vragen vormen het vertrekpunt van een studiedag die in Brussel plaatsvindt op 9 december.

De studiedag is opgevat als een ontmoetingsmoment tussen erfgoedwerkers en onderzoekers. Zo willen we de vaak bediscussieerde kloof tussen academisch onderzoek en de erfgoedsector overbruggen. Op 9 december krijgt u de stand van het nieuwste academisch onderzoek naar de Eerste Wereldoorlog in België, een overzicht van mogelijke Europese subsidies, workshops rond thema’s en insteken waar erfgoedwerkers en onderzoekers elkaar kunnen vinden, versterken en samenwerken.

Meer informatie vindt u hier. De studiedag wordt georganiseerd door FARO, CegeSoma en het projectsecretariaat 100 jaar Groote Oorlog.

200 jaar grondwet Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (13 november 2015, Brussel) Colloquium

In 1815 werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden verenigd tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In het kader van die vereniging kwam de Grondwet van 1815 tot stand, dit jaar 200 jaar geleden. Ter gelegenheid daarvan organiseren de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en het Montesquieu Instituut in samenwerking met de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in Nederland op 13 november 2015 een colloquium in Brussel.

Invalshoek van het colloquium is in hoeverre de Grondwet van 1815 nog haar stempel drukt op het staatsbestel van zowel België als Nederland op het gebied van het twee-kamerstelsel, de grondwetsherziening, decentralisatie en de wijze waarop wordt omgegaan met het supranationale kader. Ook zal worden ingegaan op de totstandkoming van de Grondwet. Het colloquium wordt gehouden in het Paleis der Academiën in Brussel.

Meer praktische informatie en het programma vindt u hier.
Aanmelden kan via de website www.montesquieu-instituut.nl/200jaargrondwet1815 .

Invitation: PhD Specialist Course – National identity and local pride (9-10 November 2015, Ghent and Antwerp)

PhDcourse

In 19th-century Belgium, Brussels, Antwerp and Ghent were the major cultural centers that distinguished themselves by flourishing art academies, a range of exhibition possibilities for artists and thriving art markets, the establishment of local and national museums, the activity of local art and cultural societies and a high number of local private collectors, among others. Moreover, each of these cities had a renowned and age-old artistic tradition, and the academies of Brussels, Antwerp and Ghent each developed a distinct artistic profile and aspirations. Consequently, not solely the capital was the protagonist for the arts and cultural production. Instead of a national discourse exclusively linked to the capital, the situation in Belgium was much more complex.

In this two-day, intensive specialist course, we wish to focus on the dialectical interplay between an emerging national identity and long-engrained local identities in 19th-century Brussels, Antwerp and Ghent and how these shaped the cultural production, canon, criticism and reception. Attention will be paid to the common and divergent characteristics of the three Belgian cities, the role of city councils, cultural institutions, artistic organizations and societies, as well as to the impact of these aspects on artists, writers, commissioners, critics, collectors and the broader public. For this we will bring together for the first time a group of interdisciplinary researchers from different universities and academic backgrounds to shed light on and contextualize the diverse cultural milieus that shaped the local differences between the 19th-century Belgian cities.

For more information, see the programme.

National identity and local pride. Interurban cultural and artistic differences in Belgium during the long 19th century (9-10 November 2015, Ghent and Antwerp) PhD Specialist Course

In 19th-century Belgium, Brussels, Antwerp and Ghent were the major cultural centers that distinguished themselves by flourishing art academies, a range of exhibition possibilities for artists and thriving art markets, the establishment of local and national museums, the activity of local art and cultural societies and a high number of local private collectors, among others. Moreover, each of these cities had a renowned and age-old artistic tradition, and the academies of Brussels, Antwerp and Ghent each developed a distinct artistic profile and aspirations. Consequently, not solely the capital was the protagonist for the arts and cultural production. Instead of a national discourse exclusively linked to the capital, the situation in Belgium was much more complex.

In this two-day, intensive specialist course, we wish to focus on the dialectical interplay between an emerging national identity and long-engrained local identities in 19th-century Brussels, Antwerp and Ghent and how these shaped the cultural production, canon, criticism and reception. Attention will be paid to the common and divergent characteristics of the three Belgian cities, the role of city councils, cultural institutions, artistic organizations and societies, as well as to the impact of these aspects on artists, writers, commissioners, critics, collectors and the broader public. For this we will bring together for the first time a group of interdisciplinary researchers from different universities and academic backgrounds to shed light on and contextualize the diverse cultural milieus that shaped the local differences between the 19th-century Belgian cities.

Further information and registration
Applicants who wish to participate in the PhD specialist course are requested to register by 23 October 2015 via this link, mentioning the course title, your name and providing a title and abstract of ca. 150 words outlining how your PhD research relates to the topic of the course (maximum number of participants: 15).
Prior to the course, the organizers will circulate a number of reading materials, i.e., articles or book chapters related to the course topic, which the enrolled participants will be required to read in advance of the sessions, in order to stimulate fruitful discussions.

Please find the full programme and details here: Invitation PhD Specialist Course national-local identities UG-UA

Les collections ethnographiques en mains privées (5 octobre 2015, Bruxelles) Journée d’étude

imageL’intérêt et le potentiel des collections ethnographiques ou non européennes sont considérables car en tant que témoins du passé, elles nous permettent d’en savoir plus sur diverses traditions culturelles. La conservation de ces collections est souvent assurée par des instances privées, comme les collections missionnaires dans des couvents ou les collections ethnographiques conservées par des particuliers chez eux à domicile.

Les administrateurs des collections ethnographiques se voient souvent confrontés à nombre de questions pratiques concernant, par exemple, la gestion d’un dépôt ou la façon d’exposer et de faire connaître la collection et, concernant l’avenir, comment en assurer la gestion, l’estimation et la sélection.

La journée d’étude « Les collections ethnographiques en mains privées » a précisément pour but de répondre à ces questions. La matinée sera consacrée à des sessions plénières. L’après-midi, les participants auront l’occasion de s’entretenir avec les intervenants et d’aborder avec eux des problèmes spécifiques. La journée sera clôturée par une visite de l’exposition ‘Masques Géants du Congo’. Les administrateurs de collections missionnaires –congrégations et ordres religieux – sont cordialement invités à participer à la journée d’étude.

La journée d’étude est une collaboration entre la plate-forme ETHNOCOLL, à laquelle KADOC-KU Leuven participe, le Centre d’Art et de Culture religieux asbl et l’Union des religieux de Flandre. La participation est gratuite mais l’inscription est obligatoire.

Pour le programme et tous les renseignements pratiques: http://www.patrimoine-frb.be/actualites/les-collections-ethnographiques-en-mains-privees